Stoppen met borstvoeding

In principe kan een moeder op elk moment stoppen met borstvoeding. Ze kan er daarbij voor kiezen om met behulp van medicijnen of op natuurlijke wijze te stoppen met borstvoeding. De ervaring laat zien dat beide varianten ongeveer twee weken duren. Abrupt stoppen met borstvoeding kan tot melkstuwing en borstontstekingen leiden.
 
Ook bij het stoppen met borstvoeding richt de melkaanmaak zich naar het principe van de vraag-aanbod-regeling. Door het aantal keren dat er borstvoeding wordt gegeven en de duur van de borstvoeding langzaam te verminderen, loopt de aanmaak van moedermelk geleidelijk terug. Dat wil zeggen: je geeft je baby maar kort borstvoeding of kolft alleen een beetje moedermelk, wanneer een vervelend gespannen gevoel te merken is. Zo is het mogelijk om ook zonder medicijnen en hun mogelijke bijwerkingen langzaam en voorzichtig te stoppen met borstvoeding.
 
Het langzaam, aan de behoeften van het kind aangepaste stoppen met borstvoeding is een andere mogelijkheid om een einde te maken aan de borstvoeding. Hier vervang je vanaf ongeveer de 6e maand geleidelijk de moedermelk door bijvoeding tot je baby de borstvoeding langzaam laat ophouden. Hij kan maandenlang, bijvoorbeeld alleen nog ’s avonds en ’s morgens, borstvoeding krijgen. Het tijdstip waarop je baby niet meer aan de borst wil drinken, is net als bij alle ontwikkelingsstappen van je kind persoonlijk.
 
WHO/UNICEF adviseren om de eerste 6 maanden uitsluitend borstvoeding te geven, daarna langzaam passende bijvoeding te introduceren en tot het einde van het tweede levensjaar of langer verder borstvoeding te blijven geven.