Terug

Een goed begin is meer dan het halve werk

Borstvoeding lijkt zo simpel, maar in de realiteit komt er vaak meer bij kijken dan dat je mogelijk verwacht. Daarom is het verstandig om al tijdens je zwangerschap je in borstvoeding te verdiepen, door je in te lezen of bijvoorbeeld een borstvoedingscursus te volgen om jezelf alvast voor te bereiden op wat komen gaat. In films en reclames lijkt het altijd zo gemakkelijk, je legt de baby aan de borst en klaar! Helaas werkt dit real- life niet altijd zo. Het is dan ook handig om te weten dat een oefenperiode van twee tot zes weken heel normaal is voordat jij en je baby het systeem rondom borstvoeding hebben ontdekt en op elkaar ingesteld zijn.

Succesvol borstvoeding geven begint bij goed aanleggen, dit is eigenlijk cruciaal. Maar wat is goed?
Idealiter begint het allemaal in het eerste uur na je bevalling.
Wanneer de conditie van jou en je kind het toelaat wordt de baby na de geboorte meteen huid op huid bij jou op de buik gelegd. Tijd om bij te komen en te genieten!

Meestal na 20 – 30 minuten zal de baby op zoek gaan naar de borst of zijn handjes naar zijn mond brengen en erop gaan sabbelen. Op dit moment kan je de baby ter hoogte van je borst leggen, zodat hij met zijn gezichtje langs de tepel strijkt. Hij draai zijn mondje naar de kant waar zijn wangetje wordt geraakt (zoekreflex). Zodra de tepel tegen zijn lipjes komt, richt hij zijn hoofdje iets op om zijn mondje zo wijd mogelijk te openen (hapreflex). Als hij de tepel tegen zijn gehemelte voelt zal hij de hap borst vacuüm zuigen (zuigreflex) waardoor de melkstroom op gang komt.

De voedingszoekreflexen zijn het sterkst in het eerste uur na de geboorte en spelen een essentiële rol bij de eerste keer aan de borst. Daarna zijn de reflexen het sterkst bij huid-op-huidcontact. Je kunt de reflexen dus optimaal benutten als je je kindje tijdens het drinken tegen je blote huid legt. Iets om te onthouden als het allemaal eventjes niet meteen lukt met aanleggen in die eerste weken!

Wanneer je aan het voeden toe bent was je vooraf je handen en zorg dat je comfortabel zit of ligt zodat de baby goed bij de borst kan. Je kunt eventueel gebruik maken van kussens of een voetenbankje om je hoofd, nek, armen en benen te ondersteunen. Extra tip is om een glas water voor jezelf klaar te zetten, het is belangrijk om voldoende te blijven drinken als lacterende moeder.

Het hoofdje, nek, schouders en ruggetje van je baby moeten op één lijn zijn als je aan gaat leggen. De truc hierbij is om ervoor te zorgen dat de buik van de baby jouw buik raakt. Zorg ervoor dat de neus op tepel hoogte komt. Je kunt je baby met één arm of hand ondersteunen en de andere hand heb je dan vrij om je borst te ondersteunen.

 

 

 

 

Strijk voorzichtig met de tepel over de bovenlip van je baby om een grote hap te stimuleren. Je baby zal zijn hoofdje ietsje achterover doen waardoor zijn kinnetje tegen de borst aanligt. Hoe wijder de hap hoe gemakkelijker het aanleggen. Wanneer je kindje zijn mond wijd opent, duw je zachtjes de baby vanuit zijn schouders naar de borst indien hij het zelf (nog) niet doet. In principe hoef je een baby niet aan te leggen maar alleen te faciliteren. Dan kan de baby zelf die grote hap maken en het vacuüm creëren. Let op dat je je vingers niet te dichtbij je tepels legt, dit kan een juiste aanhap belemmeren.

Toch is dit niet altijd zo makkelijk als het lijkt, op de één of andere manier zitten de handjes van je baby altijd in de weg. Dit is niet toevallig, het heeft namelijk een belangrijke functie.

Als de baby met zijn gezichtje tegen de borst aan ligt, zal hij met zijn handjes de borst in een vorm duwen die hem helpt de tepel te vinden. Wanneer het gezichtje de borst niet raakt, zal de baby zijn handjes gebruiken om wat af te zetten om een beter zicht op de tepel te krijgen.

Zo drinkt een baby goed aan de borst:

  • Hij heeft een grote hap borst in zijn mond
  • Het tongetje van de baby komt op of net over de onderkaak
  • De lipjes krullen naar buiten
  • De baby hoeft zijn hoofdje niet te draaien om bij de borst te kunnen
  • Het neusje is vrij of bijna vrij
  • Het kinnetje raakt de borst
  • De moeder voelt geen pijn
  • De baby drinkt zichtbaar en hoorbaar

Voeden behoort geen pijn te doen. Wel kan je tijdens en net na het aanhappen wat steekjes of aanzuigpijn ervaren in de eerste minuten. Wanneer de pijn aanhoudend is of het echt niet te doen is bij het aanhappen gaat er waarschijnlijk toch iets niet helemaal goed en is het belangrijk dat je het vacuüm verbreekt door bijvoorbeeld je pink voorzichtig in de mondhoek van je baby te steken.

Probeer vervolgens je baby nogmaals aan te laten happen.

Als je baby goed is aangelegd, kan hij net zo vaak en zo lang de borst drinken als hij wil.

Op die manier zorgt de baby ervoor dat hij voldoende voeding binnenkrijgt. Het is belangrijk om vanaf het begin goed aan te leggen omdat de melkproductie van een moeder afhangt van hoeveel een baby drinkt.

Lees ook: Te weinig melkproductie

Laat je baby één borst per voeding leeg drinken, indien hij verzadigd is zal hij je borst loslaten. Wanneer dit niet het geval is, bied je de tweede borst aan. Bij de volgende voeding start je met de andere borst, of de tweede borst indien hij aan beide borsten heeft gedronken bij voorgaande voeding.

Dus wanneer je je baby aanlegt, onthoud altijd:

  • De baby voedt zich aan je borst – niet aan je tepel✔
  • Borstvoeding zou comfortabel moeten zijn ✔
  • Als je baby goed aangelegd is verhoogt het je melkproductie en voorkomt het pijnlijke tepels en andere borstvoedingsproblemen ✔

Een goed begin is dus meer dan het halve werk!